De beste wensen, agressie en geweld: nieuwjaarsnacht met de agenten en hulpdiensten

Fractievoorzitter Frederik Zevenbergen liep tijdens nieuwjaarsnacht mee met de Leidse hulpdiensten.
26169807_1687209051330056_8531943981301158445_n

Na jarenlang in januari en februari in de raad gediscussieerd te hebben over de afgelopen jaarwisseling, wilde ik wel eens aan den lijve ondervinden wat onze hulpdiensten ervaren tijdens de nieuwjaarsnacht. Even voor tienen ’s avonds meld ik me op het bureau aan de Langegracht. Ik sluit aan bij het team Politie Leiden Midden en word tijdens de briefing welkom geheten. Het romantische beeld uit de politieseries wordt versterkt doordat operationeel expert JW zijn briefing begint en besluit met de wens om veilig de nieuwjaarsnacht door te komen. “Dat je schoenen je morgen veilig naar huis brengen” zijn z’n letterlijke woorden. We gaan de stad in.


Eerst rijd ik mee met agenten J. en M. in het ‘blustreintje’. Een colonne van een politievoertuig, brandweerauto en vuilniswagen. Ik neem plaats in het voorste voertuig. We halen brandbaar materiaal zoveel mogelijk van straat en daar waar het al brandt wordt er geblust. We rijden door de Mors en de Stevenshof en pakken onderweg elke kerstboom mee die we zien. Op het missen van een boom door de inzittenden van het voorste voertuig staat de straf van een roze koek voor de rest. We staan op -2 maar we lopen er één in op weg naar de Gooimeerlaan. Om middernacht wensen we elkaar een gelukkig nieuwjaar op de brandweerkazerne en genieten we kort van een oliebol en het vuurwerk boven de Merenwijk. Al snel gaan we weer rijden voor een vreugdevuur op straat in de Stevenshof.

 

Het droge hout brandt goed. De vlammen van minstens tien kerstbomen komen op het hoogtepunt boven de dakgoten uit. De brandweer blust, de mannen van de stadsreiniging ruimen de resten op en de politie maakt een praatje met de omstanders. We krijgen een oliebol aangeboden als we even staan te wachten. Voor jonge kinderen is de komst van de brandweer een leuke afleiding, de mannen worden luidkeels aangemoedigd tijdens het blussen en naderhand worden de nodige ‘selfies met brandweerman’ gemaakt. In alle rust en vriendelijkheid wordt voorkomen dat een broeierige situatie escaleert.

 

Hierna stap ik over naar D. en N.. Vanavond rijden ze de nooddienst. Ik voel me meteen welkom achterin de Volkswagenbus. We rijden langs wat hotspots, maar heel veel gebeurt er nog niet. Het is na enen, het grote vuurwerk is voorbij. In de nauwe straatjes van de Mors worden we een paar keer beschenen met een felle blauwe laser. Het licht doet pijn aan je ogen. D.schiet een zijstraat in en we maken een plan. Direct rijden we terug en gaan we op zoek naar de dader. Helaas is die in het duister niet te vinden. Terug naar het bureau voor een warme kop koffie tijdens de kouder wordende nacht.

 

Op het bureau zie ik hoe de her en der geplaatste mobiele camera’s werken. Haarscherp zien we hoe zeven tieners bezig zijn om een vuilnisbak op te blazen. De knallen van het vuurwerk zijn zo heftig dat de camera iedere keer tijdens de explosie bevriest. Geprobeerd wordt om de groep in te sluiten, maar bij het zien van de politie stuift de groep uit elkaar Uiteindelijk wordt de helft van het groepje gesnapt en dankzij de camerabeelden wijzen mijn tijdelijke collega’s de actiefste uit de groep aan. Wanneer de agenten hem ter plekke op de camera wijzen gooit hij moedeloos zijn armen in de lucht en beseft de jonge vandaal dat er ontkennen geen zin meer heeft.

 

We rijden langs een feestje op de Lange Mare. Het is minder dan een half uur voordat de cafés hun deuren moeten sluiten en er staat flink wat drank buiten. D. en N. wensen de feestgangers een gelukkig nieuwjaar en vragen of ze langzamerhand naar binnen willen gaan. We krijgen diverse duimen omhoog, ze zullen het feest verplaatsen.

 

Achterin de politiebus merk je pas echt hoe het publiek omgaat met de politie. Vaak wordt er vriendelijk gezwaaid naar ons. De hele nacht krijgen we de beste wensen voor het nieuwe jaar, ook van een student die zo dronken is dat we ons zorgen maken of hij wel veilig thuiskomt. Hij moet een flink eind langs een van de Leidse grachten lopen en door zijn gezwalk over straat trekt hij onze aandacht. Hij weigert gedecideerd een door ons aangeboden ritje in de bus en we volgen hem stapvoets totdat de voordeur achter hem dichtslaat. Welterusten.

 

Er is ook een andere kant aan het werk van de politie in deze in alcoholische nevelen gehulde nacht. Van uitdagen, schelden en sneren, obscene gebaren tot ernstig fysiek geweld. Zo krijgen we onderweg een stuk illegaal vuurwerk onder de auto op de Willem de Zwijgerlaan. De knal is zo heftig dat de voorruit daarna een barst heeft en onze oren nog een half uur suizen. We zien dat een voorbijrijdende ambulance met zwaailichten aan hetzelfde lot ondergaat. Als we zijn omgedraaid en de gooiers van het vuurwerk willen aanspreken rennen die snel weg. Uiteraard zegt niemand van de omstanders iets te hebben gezien. Als we de verkeerde persoon aanspreken reageert deze woedend.

 

Met gepaste spoed rijden we naar een vechtpartij met gewonden. Er is toestemming om zwaailichten en sirene te gebruiken en dat doet D. We krijgen ruim baan en zijn snel op de bestemming. Daar zie ik hoe moeilijk het is om in alle hectiek van alcohol, woede en emotie als buitenstaander te bepalen wat er gebeurd is. Twee mensen zijn gewond, een van hen is door een raam gevallen en zal een snee moeten laten hechten. De situatie wordt uiteindelijk gesust, in kaart gebracht en als de betrokken ontnuchterd zijn zal gekeken moeten worden hoe het een en ander wordt afgehandeld.

 

De volgende vechtpartij is gemeld en we gaan naar een feest. De twee betrokkenen vertellen een tegenstrijdig verhaal. Dankzij getuigen wordt het duidelijk wat er ongeveer is gebeurd. De namen van de betrokkenen worden genoteerd en nadat hier ook de gemoederen zijn gesust vervolgt ieder zijns weegs. Het is over vieren en we besluiten even langs de Lange Mare te rijden om te kijken of het feest voorbij is. Onderweg hebben we het over van alles. Over de houding naar de politie toe, over het feit dat mensen niet beseffen dat achter dat blauwe pak ook een echtgenoot, vriend, vader, moeder, zoon of dochter zit. Over de noodzaak van fietsverlichting. Over de relatieve rust tijdens deze nieuwjaarsnacht.

 

Even voor het adres van het feest passeren we een auto met buitenlands kenteken. Op de een of andere manier krijgen we er alle drie een vreemd gevoel bij. Nauwelijks honderd meter verder is het adres. Als we komen aanrijden zien we dat er een vechtpartij aan de gang is. D. en N. stuiven erop af en vergeten in de drukte de schuifdeur van de bus voor me te openen. Ik zit opgesloten en kan niets doen terwijl de groep uitelkaar stuift. Mijn blik volgt N. die achter een man aangaat die een mep uitdeelt. Opeens zie ik haar stoppen en omdraaien. Tegelijkertijd hoor ik een pijnkreet van D. die door merg en been gaat. Ik zie hem niet meer.

 

Machteloos bons ik tegen het pantserglas van de bus. N. vliegt om de bus heen en we zien D. op de grond liggen met zijn been in een rare hoek. Ze staat er even alleen voor. Om haar heen staan dronken feestgangers, haar maatje ligt uitgeschakeld op de grond. Ze stelt haar collega gerust dat er geen open botbreuk is door ter plekke zijn broek open te knippen. Ondanks de verschrikkelijk pijn kan D. een signalement geven van de persoon die hem onderuit trapte toen hij uit de bus stapte. Terwijl ze op haar collega let en de mensen op afstand houdt ziet N. de verdachten staan en puur door haar stem en aanwezigheid weet ze de twee mannen te laten stilstaan waar ze staan.

 

Een aangeschoten arts in opleiding probeert te helpen, hoe goed bedoeld ook, het helpt niet en de getroffen agent gilt het uit. N. vraagt haar om mij te bevrijden uit de auto. Nadat me wordt gevraagd of ik echt geen crimineel ben maakt ze de deur open. Ik kan eindelijk uitstappen en N. helpen. Dat is de mensen op afstand houden en de sleutels uit het contact halen.

 

Al snel staan er de nodige agenten om ons heen. Het loopt als een gesmeerde machine. In de chaos, met de pijnkreten van een gewonde collega op de achtergrond en onduidelijkheid over de aanleiding worden de verdachten geboeid. Direct worden verklaringen opgenomen van getuigen. De ambulance komt en we kunnen even niets meer doen. De broeders nemen de zorg over en na een kort onderzoek en een fikse dosis pijnstilling gaat D. op de brancard.

 

We gaan terug naar het bureau en de emotie zit hoog. Terwijl we dat doen gaat het onderzoek door en dankzij de verschillende verklaringen wordt al snel duidelijk hoe de puzzel in elkaar zit. Op de Langeracht staat een groep collega’s klaar om N. en mij op te vangen. Ook al ben ik een buitenstaander die een nachtje meeloopt, de zorg, de warme arm en het meeleven zijn er voor ons allebei. Op tafel ligt een tas uit het LUMC met een aan flarden geknipt uniform en een losse schoen van D. De woorden van JW schieten door mijn hoofd.

 

Terwijl we onze verklaringen opstellen komt het nieuws binnen dat dankzij de oplettendheid van een andere ploeg alle verdachten zijn aangehouden. Tegelijk horen we dat D. meteen geopereerd zal moeten worden. Tijdens de debriefing delen we allemaal hoe de nieuwjaarsnacht ons vergaan is. Het professionele antwoord is ’goed’. Dat valt me meteen op. Hoe professioneel de organisatie omgaat met haar werk terwijl een geliefde collega letterlijk is gevloerd. Ik praat nog heel even na met N. en we wisselen telefoonnummers uit zodat we elkaar op de hoogte kunnen houden. Om half acht ben ik thuis. Ik wens mijn half slapende vrouw een gelukkig nieuwjaar.

 

Wat me beangstigt is de intense haat die je af en toe ervaart. De ene keer wordt dat openlijk geuit door schreeuwen of gebaren. De andere keer door bewust in de weg lopen of het hinderen van het politiewerk. Een aanwijzing van een agent, “wil je even ergens anders gaan staan”, “wil je ons even ons werk laten doen, we komen zo bij je”, zijn voor de nodige omstanders geen hint maar eerder een uitnodiging voor discussie. Jarenlang vragen we –ook ik als woordvoerder Veiligheid in de Leidse gemeenteraad- om de aanpak van geweld tegen hulpverleners. We hebben daar helaas nog een lange weg in te gaan.

 

Heel veel dank ben ik verschuldigd aan de mannen en vrouwen van de Leidse politie, Brandweer en Stadsreiniging. Van het opzetten van een programma tot het beantwoorden van alle vragen die ik had. Ik heb mogen ervaren hoe trots en vol passie mensen in deze stad aan het werk zijn voor ons. Hoe elke situatie wordt aangepakt met tact, finesse en empathie. Hoe men weet te schakelen tussen een reanimatie en daarop een paar te dronken studenten.

 

Ik was het al, maar na de afgelopen jaarwisseling ben ik nog trotser op onze Leidse dienders. Want dat zijn het. Dienaren van de publieke zaak en het wordt hoog tijd dat sommigen dat wat meer beseffen.

Reageer op dit bericht

Uw e-mailadres wordt slechts gebruikt ter verificatie en wordt dus niet op de website getoond. Met het plaatsen van een reactie, gaat u akkoord met ons redactiereglement.
Captcha
Type de code over in de afbeelding hieronder. Deze code wordt gebruikt om spam te voorkomen.